In
onderstaande tekst staat het vendelgebed beschreven. Hier staan de meest
voorkomende slagen in beschreven.
De vendelier
staat aangetreden en presenteert het vendel. Hierna neigt het vendel en
wordt gezwaaid voor God, Koningin en Vaderland.
Boven
het hoofd. Als de gildenbroeder zijn vendel laat ronddraaien boven
zijn hoofd, wordt hem door zijn medebroeders moed en sterkte
toegewenst in de strijd welke op handen is; een strijd voor recht en
vrijheid, tijdens welke het vendel 'onbesmet' moet blijven.
Om het
middel. De draaiing om de lendenen vormt het symbool van de
mannelijke kracht; de krijgsman heeft de lendenen omgord.
Om de
enkels. Zorg ervoor de grond niet te raken, opdat het symbool van
zuiverheid en onkreukbaarheid volledig tot zijn recht zal komen.
Om een
been afzonderlijk. De man laat zijn medemensen weten; houd je aan
je woord en verdedig je tot het uiterste tegen uw aanvaller. Je moet
ook op 1 been staande blijven.
In de
knie. De vendelier draait in het rond en laat aan zijn
tegenstander zien dat hij in staat is, zo nodig, beide handen vrij te
maken om zich te weer te stellen.
Snelle
voorslagen. Zijn vijand, de boosheid, schijnt nu van alle zijden
aan te vallen. Deze wordt verslagen door krachtige slagen van links en
rechts.
Opgooien
in de hand. Ze schijnen te duiden op het einde van de strijd. Zo
is het echter niet. Hij gooit de vlag overmoedig omhoog om daarmee aan
te duiden dat hij grootmoedig wil zijn voor een verslagen
tegenstander.
Door de
hals. Hij verlaat het toneel van de strijd niet. Hij wil laten
zien dat hij de christelijke idealen wil verdedigen al zou het hem de
kop kosten.
Knop in
de hals. Nu legt hij de stok onder de kin en vraagt om de hulp van
zijn beschermheilige van het gilde.
In de
holte van de gevouwen armen. Door het werk van zijn vijand schijnt
de vendelier moedeloos te worden.
Steken
en opgooien. Bijna uitgeput door de strijd werpt hij de vlag
omhoog om die zo buiten het bereik van zijn belager te houden.
Steken
en onder een been opgooien. Op 1 been staande worden de zwaaiende
bewegingen herhaald. Symboliserend de opzet van de tegenstander om de
strijder het geloof te ontnemen dat hij voor een deugd vecht.
Op de knieën
en opgooien. Als de vendelier, op de knieën liggend, zijn vlag
nogmaals omhoog gooit, lijkt het alsof hij overwonnen is. Het vendel
heeft echter de grond niet geraakt en is nog onbesmet. Nu wordt in
halfliggende houding de stok nogmaals omhoog geworpen als een laatste
bede om hulp. Het gevaar is gekeerd, zijn bede is verhoord.....
Op de
vuist. Hij springt op en goot de vlag triomfantelijk in de lucht.
ten teken van dankgebed.
Oprollen.
In een dankbare buiging wordt dankbaar en blij het vaandel met
zwaaiende bewegingen opgerold. De tamboer geeft met tromgeroffel blijk
van de blijdschap.