De Uitrusting

 

 

 

 

 

Mijn wandelstaf heb ik in Azqueta gekregen van een man, die sinds mensenheugenis wandelstokken voor pelgrims maakt. Elk weekeinde zoekt hij in de bergen naar geschikte takken om ze thuis verder af te werken.

Zo nu en dan geeft om hij ze weg aan passerende pelgrims. Mij gaf hij een zilverkleurig exemplaar van hazelnotenhout. Zonder deze stok had ik misschien Santiago nooit gehaald.

Door deze ervaring wijs geworden gebruik ik nu een lichtmetalen, telescopische wandelstaf van TRACKERS.

 

Nooduitrusting

Hopelijk nooit nodig. Maar wel handig, als het zover is. Op de noodvoorraad na past alles in 2 doosjes van 10x15x3 cm.

Verbandmiddelen:

1 verband, 1 rekverband, 5 pleisters, 10 cm. Hansaplast, Compeed,

Medicijnen:

jodium,1 strip APC, 30 Norit of Imodium, 1 strip keeltabletten,

Naaiset:

sluitspelden, naalden, extra sterk garen,

Reparatieset:

zakmes met pincet, schaar en tang, reparatie plakband, nylon visdraad,

Diversen:

dik aluminiumfolie, reddingsdeken, reservebril, fluitje, ESBIT minibrander, AA zaklantaarn, aansteker,

Noodvoorraad:

blikje Spa Blauw, pakje keks, blikje sardientjes, bouillonblokjes.

 

Uitrusting

Van alles wat nodig is, om een tocht naar Compostela te maken, is de uitrusting het minst belangrijk, omdat het gewoon te koop is.

Voordat op weg gegaan kan worden moet een uitrusting aangeschaft worden. Een minimum uitrusting voldoet voor degenen die alleen in het zomerseizoen in Spanje willen lopen. Behalve wandelschoenen, slaapzak en rugzak hoeven maar weinig extra zaken worden aangeschaft. Wie vanaf de Laaglanden of in de winter wil lopen zal een volledige wandeluitrusting moeten aanschaffen.

 

Traditionele uitrusting

Vroeger nam de pelgrim minder mee. Deze uitrusting echter was omvangrijker en zwaarder. Door zijn uitrusting was hij als pelgrim herkenbaar. Veel traditionele uitrustingsstukken hebben hun praktische waarde bewezen. Zij worden, zij het in een andere vorm, nog steeds gedragen.

De kalebas om water in te dragen is nu een plastic waterfles. De knapzak is rugzak geworden. De zware wollen mantel, of pelerine, die gelijk regenjas en slaapzak was, is nu een vederlichte plastic poncho. Tegen de harde zon en striemende regen dragen moderne pelgrims nog steeds een breedgerande hoed.

De palster of pelgrimsstaf was vroeger een onderweg afgesneden groene tak. Hij werd behalve voor steun ook gebruikt om honden, wolven, bandieten en vooral medepelgrims van het lijf te houden. Tegenwoordig is de staf nog steeds traditioneel van hout, maar steeds vaker gemaakt van aluminium en deelbaar. Vaak in gezelschap van een ander vormt het een paar wandelstokken. Hiermee uitgerust zijn sommige wandelaars echte 4X4's. En nog steeds worden honden ermee van het lijf gehouden.

Het belangrijkste deel van de uitrusting heeft geen praktisch nut. Het is de schelp die elke pelgrim zichtbaar draagt. Hiermee geeft hij aan, dat hij een pelgrim is op weg naar Santiago de Compostela.

Vroeger gaf dit recht op onderdak en voedsel. Het spreekt dus voor zich, dat dit teken misbruikt werd door mensen, die van de voordelen wilden profiteren. Ook nu zijn er nog steeds coquillards, die de voorzieningen van de Camino gebruiken voor een goedkope vakantie.

 

Minimum uitrusting

De Camino in Spanje vanaf de Spaans - Franse grens is te vergelijken met een huttentocht. De uitrusting is zo goed als hetzelfde.

Een uitrusting van ongeveer 7 kilo goed realiseerbaar. In Spanje bestaat een uitgebreid net van refugio's. Het weer is er over het algemeen goed. En de Camino duurt er hoogstens anderhalve maand.

Om comfortabel te lopen mag het totaal gewicht de 10 kilo niet overschrijden. Minder is beter. Het is onvermijdelijk, dat onderweg de uitrusting moet worden aangepast. Zaken zullen moeten worden aangeschaft, op- of teruggestuurd worden of gewoon weggegooid. Voor het laatste geval moet de uitrusting zo weggooibaar (dus goedkoop) mogelijk zijn.

Op drie zaken echter mag absoluut niet bezuinigd worden en comfort komt op de eerste plaats:

Schoenen, slaapzak en rugzak

 

Een minimum uitrusting bestaat uit:

  • wandelschoenen, zo licht mogelijk

  • rugzak, 40 liter of minder

  • slaapzak, niet zwaarder als 1 1/2 Kg.

  • toiletspullen en handdoek

  • waterfles, 1 liter (bijv. Cola of Spafles)

  • windjack

  • regenkleding (bijv. poncho)

  • slaapmatje ('self-inflatable')

Behalve wat men aanheeft zijn een extra stel T-shirts en onderbroeken, een lichte fleecetrui en genoeg sokken nodig. Onontbeerlijk zijn een goede zonnebril en een hoed of pet.

Verder zijn heel handig:

  • zaklantaarn op AA batterijen

  • sunblock met een hoge bescherming

  • lipbalsem of vaseline

  • oordopjes en een gootsteenstop

  • sandalen ook om mee te douchen

  • zakdoeken oftewel 'bandanna's'

  • wandelstaf of wandelstokken

  • 2 of 3 groot formaat vuilniszakken

Het gewicht kan snel oplopen. Een dagboek, een gids met culturele en historische achtergronden, het dagelijkse vochtrantsoen van minstens 1 liter, voedsel, een walkman of fototoestel, wat persoonlijke zaken en de rugzak is opeens dubbel zo zwaar.

Basis uitrusting

Minder bagage is comfortabeler lopen.
Meer bagage is comfortabeler kamperen.

 

Een langeafstandswandelaar, bijv. een pelgrim, die te voet vanuit Nederland of België vertrekt, zal een complete kampeeruitrusting mee moeten slepen. Behalve de minimum uitrusting betekent dat een grotere en dus zwaardere rugzak, steviger schoenen, kookspullen, meer kleding, betere regenkleding, een bivakzak of zelfs een tent en nooduitrusting nodig. Verder sleept hij meer kaarten mee. Gewicht is onvermijdelijk. De uitrusting zal met de grootste zorg moeten worden samengesteld.

Een basis lichtgewicht loop- en kampeeruitrusting bestaat uit:

  • rugzak

  • slaapzak

  • schoenen

  • regenkleding

  • kookgerei

  • tent

  • kleding

  • kaart en kompas

  • toiletspullen

  • reparatie kit

  • medi kit

Het weer is de belangrijkste factor voor het gewicht van de uitrusting. Een langeafstandswandelaar is tussen de een en vier maanden onderweg. Vaak bestrijkt dit twee tot drie seizoenen. Bijvoorbeeld een pelgrim heeft 3 maanden nodig om vanuit de Lage Landen Santiago de Compostela te bereiken. Vaak wordt 25 juli, de feestdag van St. Jacob, als aankomstdatum in Compostela gekozen. De vertrekdatum moet dan ergens in april of begin mei gekozen worden.

In de Benelux en Noord Frankrijk betekent dit meerdere dagen regen en soms zelfs nachtvorst. Jeugdhostels of campings zijn meestal nog gesloten. Een bivak is dan de enige optie. Een zwaardere kampeeruitrusting met goede regenkleding, tent en een warme slaapzak zijn dan onvermijdelijk.

Bestaat het gezelschap uit meerdere personen, dan kan veel van de uitrusting gedeeld worden. Bedenk wel, dat een gezamenlijke aankomst in Compostela hoogst onwaarschijnlijk is.

Drie factoren bepalen het plezier van het wandelen: het weer, de afstand en het gewicht van je rugzak. Alleen op het laatste kan invloed uitgeoefend worden. Toch zijn er manieren op het gewicht te besparen zonder te vervallen tot het afzagen van stelen van tandenborstels.

Ten eerste gewichtsbesparing:

  • slaapzak, rugzak en schoenen kunnen lichter.

  • afritsbare pijpen i.p.v. aparte lange en korte broek.

  • geen 'flaneerkleding'.

  • geen onderbroeken

Ten tweede materiaalkeuze:

  • fleece weegt minder dan wol.

  • Suplex minder dan katoen.

  • het dure titanium weegt lichter dan aluminium.

Ten derde vervanging:

  • een poncho i.p.v. tent.

  • AA zaklantaarn i.p.v. een normale D.

  • een Pactowel weegt minder dan een gewone handdoek.

  • credicardradio voor een wereldontvanger.

  • een slaapmatje van gesloten cel i.p.v. een opblaasbare.

  • geen bestek of bord maar een lepel en een laplandmok

 

» terug naar de pelgrimage