Op
tweede pinksterdag is het ieder jaar weer zover. Dan trekt het Sint
Jacobusgilde er op uit om zijn nieuwe gildenkoning te
schieten. Als koning van het gilde draagt men de representatieve
taak om het gilde naar buiten te vertegenwoordigen tegenover andere
gilden en tegenover alle denkbare autoriteiten. Dit onder de
verantwoordelijkheid van de Staande Deken. Het is dus een eer om koning
te zijn. De duur van het koningschap is één jaar.
Aanzeggen of reveille
Van 07.00 tot 07.30 uur
trekt de muziekgroep naar enige belangrijke plaatsen in Zeeland om
daar de speciale dag aan te kondigen. Na het tromgeroffel en
eventueel bazuingeschal wordt door de aanzegger met luide stem een
proclamatie van de gildehoogheyt voorgelezen. Dat behelst een kort
programma van de dag.
Het
afhalen van het koningspaar
Om 08.30 uur vertrekt
het gilde in optocht vanaf het gildenhuis naar het huis van de
koning. Na het genot van een kopje koffie trekt men dan naar de
pastorie om de gildenheer en ere-deken op te halen.
Hoogmis met gilde-eer
De
vogel waarop wordt geschoten
Om 09.30 uur is de
aanvang van de hoogmis met gilde-eer. De vogel die 's middags
geschoten gaat worden, wordt op een stok meegedragen in de kerk. Van
eventueel nieuwe gildenleden wordt de hoed of baret voor op het
priesterkoor gelegd. Deze zullen tijdens de mis worden gezegend.
Enkele gildenbroeders zullen als acoliet fungeren. Tijdens de H. Mis
vindt de zegening plaats van de gildenkaars, de vendels, de trommen
en de kronen van de koning en koningin. Tevens leggen de
gildenbroeders en -zusters de belofte van trouw af.
Loten voor de
schietvolgorde
Na de H. Mis trekt de
stoet terug naar het gildenhuis. Daar vindt de loting plaats om de
volgorde te bepalen waarin de gildenbroeders en zusters op de vogel zullen
schieten. Elke gildenbroeder of zuster die aan het schieten deelneemt betaalt
het zogenaamde koningsgeld. Voor de gildepartners gelden dezelfde
regels. Zij schieten voor de titel van jaarbaron(es).
Optrekken naar de
schutsboom
Om 13.30 uur trekt het
gilde in vol ornaat vanaf het kerkplein naar het schutsveld. Bij
het koningschieten mag niemand van de gildenbroeders en -zusters ontbreken.
Aankomst bij de schutsboom. Als het gilde op het schutsveld is
aangekomen trekt het eerst driemaal rond de schutsboom. Dit is een
symbolische veiligheidsmaatregel, namelijk om zich er van te
overtuigen dat de boom niet door onbevoegden onbruikbaar is gemaakt.
Hierna wordt een groepsfoto gemaakt.
Plaatsen van de vogel op de schutsboom
Met enig ceremonieel
wordt de vogel op de schutsboom geplaatst. De oude koning(in) neemt de
vogel in ontvangst en plaatst hem op de top van de boom. Hiermee
stelt hij zijn/haar titel ter beschikking. Wanneer de boom opgehaald
wordt roeren de tamboers hun trommen. De tekenen van het koningschap
worden onder de boom geplaatst.
De Staande Deken spreekt een
gebed uit op voorspraak van Jacobus, onze schutspatroon. Er wordt
gebeden dat het 'schot van geluk' een goede koning(in) zal aanwijzen.
Het
'bevrijden' van de boom
De wereldlijke en
kerkelijke overheid (burgemeester en pastoor of hun
vertegenwoordigers) bevrijden de boom door de eerste schoten te
lossen. Van oudsher werd aangenomen dat de krachten van de
eenvoudige gildenbroeders niet toereikend konden zijn om de
hooggeplaatste vogel van eventuele kwalijke elementen te bevrijden.
Hierna schieten de oude koning en/of de koningin (1x) en daarna ieder
zoals het lot het heeft aangegeven.
De vogel is gevallen
Het beraad onder de
schutsboom
Zodra de vogel 'af' is
geschoten, komt de overheid onder de schutsboom bijeen om zich te
beraden of de gelukkige schutter wel tot de koninklijke taken in
staat kan worden geacht. Mocht de gildenoverheid afwijzend staan
tegenover de schutter dan moet er opnieuw 'om koning' worden
geschoten door een nieuwe vogel op de boom te plaatsen. Hoewel dit
afwijzen in de tegenwoordige tijd niet gauw zal voorkomen wordt dit
beraad toch als oude gildentraditie in ere gehouden. Aan de schutter
wordt gevraagd of hij/zij het koningschap aanneemt. De oude koning en/of
koningin krijgen als dank een oorkonde overhandigd. Hierop staan
alle activiteiten vermeld waaraan het koningspaar heeft deelgenomen.De oude koning(in) biedt zijn/haar koningsschild aan.
Overdracht koninklijke attributen
De
koninklijke attributen:
de
koningsmantel
de
koningsvogel
de
scepter
de
kronen
De nieuwe koning(in) krijgt
de mantel en de koningsvogel omgehangen en de kroon op de hoed gezet
door de oude koning(in). Met medewerking van de adjudant (de voorlaatste
schutter) vindt de handwassing plaats. Dit heeft de symbolische
betekenis de koning(in) eerst te reinigen alvorens het
hoofdvaandel
te overschrijden. Ondertussen heeft de
vaandrig zijn hoofdvaandel op het gras uitgespreid en nu wordt de
koning uitgenodigd daar over te schrijden. Dit eerbewijs, het
allerhoogste eerbewijs dat een gilde kan geven, mag zelfs aan de
koning(in) slechts eenmaal worden gebracht en wel bij zijn/haar inhuldiging.
De vaandrig overhandigt zijn vaandel aan de oude koning(in) ten teken
dat hij zijn taak tegenover hem/haar heeft volbracht. De oude koning(in)
geeft het vaandel vervolgens aan zijn/haar opvolger. Indien de nieuwe
koning(in) erin toestemt dat de vaandrig ook namens hem/haar het vaandel
blijft dragen, wordt de vaandrig verzocht het vaandel weer van de
koning(in) over te nemen.
Terwijl de vaandrig het
hoofdvaandel vasthoudt pakt de koning(in) met de rechterhand een slip er
van en legt de hem/haar voorgesproken gelofte van trouw op het vaandel
af. Om deze gelofte te bezegelen zwaait de vaandrig het hoofdvaandel
drie keer boven het hoofd van de koning(in). Na het overvendelen voegt
de koningin/prinsgemaal zich bij de koning(in). Zij krijgt de mantel omgehangen en
de kroon opgezet. De prinsgemaal draagt geen kroon, alleen de mantel
met de hoed. De plechtigheid wordt besloten door de vendelhulde
door de vendeliers onder begeleiding van de muziekgroep. Pas nu is
de nieuwe koning(in) volledig geïnstalleerd en kan het koningspaar
worden gefeliciteerd.
Na de koffietafel in de
kantine vertrekt het gilde in optocht met de nieuwe koning(in) naar de
kerk voor een kort lof. Op deze wijze wordt de nieuwe koning(in)
voorgesteld aan de pastoor. Na het lof wordt de erewijn geschonken
(afwisselend aangeboden door de burgemeester en de pastoor) waar
kerkelijke en wereldlijke overheid aanwezig zijn. Dit bezoek geldt
bovendien als vernieuwing van de gelofte van trouw aan beide
overheden. Na afloop vindt er nog een officiële vendelgroet plaats.
De dag wordt afgesloten
met een receptie in het gildenhuis. De baron(es) wordt tijdens deze
receptie gehuldigd en de prijswinnaars krijgen hun prijzen
uitgereikt. Het gaat hierbij om de winnaars van: