Waar te overnachten en te eten?

 

 

Aan de noordgrens van Les Landes in het plaatsje Cadilac heeft in de middeleeuwen een edelman ooit eens een refugio ingesteld. Het legaat voorziet in voedsel en onderdak voor een nacht voor zes pelgrims in een klooster. Het klooster is allang afgebroken. Op dezelfde plaats staat nu een gekkenhuis. De cellen(!) echter staan er nog en het legaat wordt nog in ere gehouden. Op het stadhuis schrijft men op vertoon van een pelgrimspaspoort, of credential, een tegoedbon uit voor een gratis middeleeuwse maaltijd en onderdak. De pelgrim wordt dan voor de nacht opgesloten! Een aanrader voor wie de sfeer van vroeger wil proeven. Een afrader voor claustrofobische pelgrims.

 

Overnachtingen plannen voor een tocht van meer dan honderd dagen is voor de pelgrim te voet een zo goed als onmogelijke zaak. De wereld is niet meer ingesteld op reizigers te voet. Langs de lange afstandswandelpaden valt het nog mee. Hierlangs zijn nog B&B's, hotelletjes en gîtes te vinden.

Wordt een eigen weg gezocht, dan is een hoge mate van creativiteit een vereiste. Campings en hotels liggen zelden op de route. Vijf kilometer hiervoor uitwijken betekent een extra anderhalf uur heen en anderhalf uur terug lopen. Als door een gelukkig toeval de avondstop gelijk met een stad of dorp valt moet daar dan ook nog een overnachtingsmogelijkheid zijn. Al te vaak is dit niet het geval. Wildkamperen, zonder toestemming dus, is dan de enige optie.

Jeugdherbergen zijn in de belangrijkste steden te vinden. Een lidmaatschap kan ter plekke worden aangeschaft. Goedkoop hotels zijn te vinden in de buurt van het station.

Grote steden lenen zich bij uitstek voor wat extra rustdagen. Niet alleen vanwege het culturele zoals kerken en musea, maar ook voor wereldse zaken, zoals de post en wasserette.

is geen probleem. Het standaardvoedsel van de wandelaar / pelgrim is brood met sardientjes uit blik, aangevuld met kaas en worst uit de regio en wat vers fruit. Zorg altijd voor een kleine noodvoorraad en vul het water op tijd aan.

Buiten Nederland wordt tussen de middag meestal warm gegeten. Winkels gaan dan dicht. Restaurants hebben vaak een vaste-prijs menu van drie gangen. Gelegenheden, waar werklui en vrachtwagenchauffeurs eten, hebben vaak de beste prijs-prestatie verhouding. Volgens kenners zijn deze te herkennen aan de grote olievlekken van de vrachtwagens op het parkeerterrein. Beter is het om op het blauw-rode bordje van de Routiers af te gaan.

 

Nederland

Nederland is bekend terrein. Alles is (over)georganiseerd. Er is weinig ruimte, als je loopt. Behalve jeugdherbergen zijn er relatief weinig mogelijkheden om redelijk goedkoop te overnachten. Er zijn initiatieven van bijvoorbeeld het NIVON, die kleine kampeerplaatsen heeft. Voor sympathieke overnachtingen met ontbijt is er de Vrienden van de Fiets. Maar men moet hiervoor lid zijn. Vrijkamperen kan niet. Alleen bij Breda in het Mastbos zijn er een paar plekken om wild te kamperen.

 

België

Het lijkt of de pelgrimage naar Compostela hier bekender is. Er is zelfs een reclasseringsproject voor jonge delinquenten. Een ding is zeker; de mensen zijn aardiger. Ook het eten begint hier beter te worden. 'Mann ist was mann iszt!' Zelfs de patat is hier beter.

Proef de regionale specialiteiten (platte kaas, waterzooi, paling in't groen) en natuurlijk de verschillende (klooster)bieren. Probeer Bush bier!

Het is ook minder vol. Wildkamperen gaat hier al stuk makkelijker. Vrijkamperen met toestemming is altijd mogelijk.

Ook is er de mogelijkheid om bij kloosters te overnachten. De kloosters van Trappisten in Westmalle aan de grens en van de Norbertijnen in Tongerloo boven Namen zijn een paar voorbeelden. Toevallig brouwen ze ook nog fantastisch bier. Deze kloosters zijn niet op grote aantallen pelgrims voorbereid. Verpest het niet voor andere pelgrims en klop alleen aan als het echt nodig is.

In het zuiden van België loopt ergens de magische 'patatgrens'. Voorbij deze grens zijn er geen patatstalletjes meer te vinden. Dus om vijf uur geen bier en patat pauzes meer.

 

Frankrijk

In Frankrijk bestaat een netwerk van overnachtingplaatsen; de Gîtes d' etappes. Meestal liggen ze vlak aan of in de buurt van een GR, Grande Randonnee, een langeafstandswandelpad. Omdat ze op ongeveer een dagmars van elkaar liggen vormen zij voor wandelaars en fietsers een goede overnachtingplaats.

Verwar deze Gîtes d' etappes niet met de Gîtes rural. Dit zijn luxe vakantiehuisjes.

Ook is het mogelijk bij particulieren te overnachten. De franse B(ed) & B(reakfast) heten Chambres d'Hôtes. Hoewel de prijs vergeleken kan worden met een hotel zijn ze veel persoonlijker. Wat onderweg een verademing is. Ook vormen ze een goede gelegenheid om met de Fransen in contact te komen.

Zowel chambres d'Hôtes als Gîtes d' etappes worden met bordjes langs de weg aangegeven.

Een van de beste franse uitvindingen is het plattelands bushokje. Dit zijn niet de kleine glazen hokjes uit de stad, maar behoorlijk grote stenen of houten gebouwtjes. Perfect om bij slecht weer te schuilen, te koken en zelfs om te overnachten.

Stromend water en toiletten zijn op het platteland te vinden bij kleine kerkjes en begraafplaatsen. Ook hebben veel dorpjes voetbal- en feestterreinen met picknicktafels, toiletten en stromend water. Het is vaak mogelijk om hier, na toestemming, te overnachten.

Soms verwijzen de gemeentehuizen naar overnachtingplaatsen voor daklozen en zwervers. Soms moet je dan je paspoort afgeven, maar altijd is het een kleurrijke ervaring.

Frankrijk en eten zijn natuurlijk synoniem. De routes lopen allemaal door belangrijke culinaire en wijnstreken. Bourgogne en Bordeaux zijn natuurlijk bekend om hun wijn. Maar ook minder bekende streken als de Perigord (truffels, confit de canard en ganzelever) zijn erg interessant. Mijn advies is om minstens een keer per week goed uit te gaan eten. Winkels zijn niet overal op het platteland te vinden. In het weekend gaat de plattelands fransman namelijk naar de 'hypermarche'. Daar laadt hij zijn autootje vol voor de rest van de week. Met als resultaat, dat er in de dorpen zo goed als geen kleine neringdoenden, kruideniers, groenteboeren of slagers meer over zijn. Soms is er nog wel een bakker of een broodautomaat. Maar al te vaak is er zo'n busje, dat van dorp naar dorp rijdt. In de regel zo getimed, dat je deze franse 'SRV-man' net ziet wegrijden op het moment, dat jij het dorp binnensjokt.

Aan de andere kant zijn er veel boerderijen regionale producten verkopen. In de kleine steden zijn er vaak markten, waar deze producten ook verkocht worden. En ook deze zijn meestal op dagen dat je er juist niet bent.

Op de westelijke route door Frankrijk is alleen Les Landes een echt onbewoond gebied. Daar loopt een etappe over 25 kilometer kaarsrechte weg door een productiebos. Geen bebouwing, geen mensen, geen eten en geen water.

 

Spanje

In Spanje zijn er op geregelde afstand langs de Camino refugio's te vinden. Voor een minimaal bedrag kan van de vaak Spartaanse voorzieningen gebruik gemaakt worden. Er zijn ook superluxe refugio's. Behalve in Galicië, worden de refugio's door vrijwilligers gerund. Of is bestierd het juiste woord in Spanje :

 

'Vino es el Gasolino del Peregrino...'

 

De Camino loopt door een paar bekende wijnstreken. Probeer de navarese rosada en de verschillende wijnen van Rioja en Galicië. De jamon de serrano, pulpo of octopus en de forel zijn aanraders en ook de caldo's, soepen, zijn niet te versmaden. Vraag altijd overal om de specialiteit van de streek.

Elk dorp van betekenis heeft een bar. Behalve drank worden er ook broodjes, boccadillas, en hapjes,tapas, verkocht. De meeste bars hebben voor een schappelijke prijs ook een pelgrimsmenu; drie gangen met water of een halve liter wijn uit de streek.

Vaak zit aan de bar een winkeltje aan vast. Hier kan onderweg makkelijk verse groenten, brood en fruit gekocht worden.

Soms worden er ook goedkope kamers verhuurd. Op een blauw bordje naast de deur van de bar staat dan een witte F van Fonda.

Aan de andere kant van het spectrum van overnachtingsmogelijkheden staan de Paradors. Dit zijn staatshotels in gebouwen van historische waarde. Ze zijn net zo duur als het klinkt.

 

» terug naar de pelgrimage